Berichten

FlandersFisher

In tegenstelling tot veel andere collega vissers, heb ik geen vader of grootvader die me de kneepjes van het vak heeft geleerd. Integendeel, er was niemand in onze familie die interesse had in vissen. Maar hoe krijg je dan de vissersmicrobe te pakken?

Ik ben opgegroeid in het landelijke Halle (Zoersel) en wij hadden, net zoals elke doorsnee (voor)Kempenaar, een mesthoop achteraan in de tuin. In het voorjaar en de zomer kwam er op regelmatige tijdstippen een vriend van de familie “pieren steken” uit onze mesthoop. We noemden hem dan ook al snel “de Pierensteker”. Omdat ik van kindsbeen af heel veel interesse had in alles wat in de natuur leefde en bewoog, wekte “pieren steken” enorm mijn belangstelling op.

“Dag meneer, wat doe je met die pieren?” zal wellicht de vraag zijn geweest die de microbe deed overspringen. Gepassioneerd – zoals elke visser dat nog steeds doet – legde hij me uit wat zijn hobby was en waarom hij daarvoor pieren nodig had. Hij vertelde me trouwens dat we heel bijzondere pieren hadden, want elke wedstrijd die hij viste met onze pieren, won hij. Hoe kan je daaraan weerstaan… “Wij hebben in onze tuin bijzondere pieren waarmee je alle wedstrijden kan winnen”. Ik was verkocht.

Op een dag kreeg ik van de Pierensteker een zitmand, een lancé met molen en nylon, een dobber, loodjes, haakjes en een peillood. Hij legde me haarfijn uit wat ik moest doen om vissen te vangen. Maar wat doe je als je geen vissende vader of grootvader hebt? Inderdaad, zelf dingen uitproberen! Zo heb ik uren in de tuin op mijn mandje gezeten met een dobber in het gras, want een visser moet geduld hebben en door gebrek aan water kon ik dit alvast in de tuin beginnen oefenen.

In de lagere school had ik een vriend wiens vader én grootvader wel visten. Met die vriend – laat ik hem Yves noemen – ging ik bijna wekelijks naar de vijver van het gemeentepark om daar op voorntjes te vissen. Ik herinner me zelfs dat ik de eerste voorntjes heb meegenomen om op te eten. Dat was dan ook ineens de beste manier om dat af te leren, want iedereen die ooit een gebakken voorn heeft gegeten, weet hoeveel graten daarin zitten.

Na mijn lagere schooltijd ben ik gestopt met vissen. Er waren immers veel andere interessante en dynamische dingen in het leven voor een puber zoals ik. Maar gedurende de jaren die volgden bleef ik toch interesse voor het vissen voelen. Als ik een viswedstrijd zag, stopte ik om te kijken, sloeg ik een praatje en ging ik weer verder. Tot ik enkele jaren terug besloot om me een werphengel aan te schaffen.

Mijn eerste hengel kocht ik bij een grote bekende keten van sportmateriaal. Een forelhengelset met een telescopische hengel van 2.40m, een molen met zeker twee kogellagers, nylon en een doosje met twee voor gemonteerde lijntjes met dobber, lood en haakjes voor de prijs van 20 euro. Zo fier als een gieter – ja, ondanks dat ik toen ongeveer 35 jaar was, was ik best fier op mezelf – ging ik in het gemeentepark vissen. Helaas, geen vis… Dan maar eens op het Albertkanaal, Antitankgracht, … niets.

Het internet zou oplossingen brengen. Ik las urenlang artikels op verschillende websites, sloot me aan bij verschillende fora, keek uren naar YouTube en ving nog steeds niets. Ten einde raad besloot ik dan toch maar eens een oproep op een forum te plaatsen: “Hallo, ik ben Wim, wie kan me helpen?”. Redelijk snel kreeg ik een reactie van – laat ik hem Mark noemen – een zekere Mark. Mark wou wel eens afspreken om samen te gaan vissen en om – indien nodig – wat tips te geven. Mark, ik ben je nog steeds dankbaar!

Mark legde me de verschillende technieken en materialen uit zoals bijvoorbeeld het verschil tussen nylon en braid, wat “dropshotten” is, hoe je met een loodkop vist enzovoorts. Hij verwittigde me wel: “vissen kan een dure hobby worden omdat je (te) veel materiaal aankoopt”. Ik stelde Mark gerust en zei dat het bij dit ene tasje zou blijven. Mark, je kreeg gelijk!

Ondertussen zijn we al heel wat jaren verder en heb ik al veel geleerd en leer ik nog steeds veel bij. Ik heb vele interessante vissers ontmoet waarvan vele vrienden zijn geworden. Als ik namen zou moeten verzinnen zou ik ze – in alfabetische volgorde – Aimé, Alfred, Augustus, Bart, Borat, Bram, Bruno, Claudio, Glenn, Godfried, Ilyas, Jef, Kevin, Kratos, Marcel, Mark, Nero, Olaf, Paul, Prosper, Qin Shi Huang … kunnen noemen. Mijn tasje met materiaal is ondertussen al aan de kant gezet voor vele koffers met materiaal. Die ene hengel die ik maar zou nodig hebben, staat ondertussen naast (achter) al andere. Die paar shadjes zijn ondertussen dozen met shads geworden. Ik denk dat de meeste hengelsportliefhebbers dit wel herkennen. Er is trouwens een interessante website die hierover een artikel heeft geschreven.

Om een lang verhaal kort te maken: Ik ben Wim en ik hou van vissen. Het geeft me rust en het helpt me om te ontspannen. Ik hoop dat iedereen zo’n fantastische hobby vindt en als je vragen hebt over materiaal, dan spreken we wel eens af.

Feel Alive!

Keuzeverlamming: Daiwa Fuego LT 1000D of 2000S-XH

Vele mensen stellen dezelfde vraag: Welke molen kies ik het beste voor UL streetfishing: De Fuego LT 1000D of de Fuego LT 2000S-XH? Mijn eerste antwoord is dan: “Kom, laten we ze alle twee eens testen aan de waterkant en beslis dan zelf”.

Mijn tweede antwoord is meestal: Of je nu voor de 1000D of de 2000S-XH kiest (of één van alle andere modellen), It’s a Daiwa, je kan geen verkeerde keuze maken.

Buiten het feit dat de Daiwa Fuego een bijzonder kwaliteitsvolle molen is (daar zijn nationale én internationale reviews over), is hij ook nog eens bijzonder gunstig in prijs. “Voor de prijs van een Shimano Stradic CI4+ of een Daiwa Ballistic LT… voor dezelfde prijs koop je er van de Fuego twee”. Het klinkt als een grote discountactie, maar het is wel zo…

Maar nu naar de feiten. Wat zijn de verschillen tussen beide modellen?
Als je de verpakking bekijkt zie je twee verschillen: De inhaalsnelheid en de lijncapaciteit op de spoel.
– Voor de 1000D heb je een inhaalsnelheid van 64 cm per zwengelbeweging en een lijncapaciteit van 300m braid van 0.06mm.
– Bij de 2000S-XH krijg je een inhaalsnelheid van 81 cm per zwengelbeweging en een lijncapaciteit van 200m braid van 0.05mm).
– De D staat voor “deep” of diepe spoel, de S staat voor”shallow” of ondiepe spoel. XH staat voor Extra High (gear) of hoge overbrenging of hoge inhaalsnelheid. Lezers die na “deep” een ander woord zien staan dan “shallow”, moeten wat meer gaan vissen en minder achter de PC zitten…

Maar zijn er dan niet meer verschillen?” vragen positief-kritische klanten dan, voor wie een tekst op een doosje onvoldoende gestaafd is.
En ze hebben gelijk! We kijken ons dwaas op vermeldingen. De meest bekende voorbeelden zijn het aantal kogellagers in een molen of de dikte van een braid. Soms maken die een verschil, maar soms écht niet… zeker niet als blijkt dat er kogellagers zitten waar er geen nodig zijn of waar er al andere zitten. Of wanneer blijkt dat de diameter van de braid op de doos niet overeen komt met de diameter gemeten met een micrometer. Zijn het daarom slechtere molens of slechtere braids? Nee, maar ze hebben je wel goed in de maling genomen als je teveel belang hecht aan cijfertjes.

Terug naar de feiten: zijn er nog andere verschillen? bijvoorbeeld:
Hebben ze dezelfde zwengel? Zit er een verschil in de buitendiameter van de spoelen? Wat zorgt precies voor de hogere inhaalsnelheid? … Bijzonder relevante en nuttige vragen. En we zouden geen service leveren als we niet zouden zeggen: dat zoek ik morgen wel even uit!

Eerst de nodige “verklaringen”:
De verschillen zijn bestudeerd met niet-Europees geijkte meetapparatuur. De gebruikte toestellen zijn niet professioneel. Ik ben geen ingenieur. Mijn linker oog ziet scherper dan mijn rechter oog, daarom zijn alle maten dus bij benadering. Er werden geen molens mishandeld tijdens de onderzoeken. Alle onderzoeken zijn gebeurd op mijn demo-molens met uitzondering van het meten van de niet-opgespoelde spoelen.

Zijn de zwengels gelijk: JA!
Op het eerste zicht (optisch) leek dat niet. Als je ze op elkaar legt lijken ze een andere kromming te hebben. De bovenste lijkt altijd rechter… ook als je ze wisselt, blijft de bovenste rechter lijken…

Zijn de spoelen gelijk? NEE!
Hoogte van de spoel:
– 1000D = 40mm — 2000S-XH = 42mm
Interne diameter van de spoel (gemeten aan de onderkant van de spoel):
– 1000D = 37mm — 2000S-XH = 39mm
Externe diameter van de spoel (gemeten in het midden van de spoel):
– 1000D = 41mm — 2000S-XH = 43mm
Diameter van de spoel waarop de braid spoelt (midden):
– 1000D = 29mm — 2000S-XH = 36mm
Diepte van de spoel (t.o.v. de externe diameter):
– 1000D = 7mm — 2000S-XH= 4mm

Is er een verschil tussen de “rotor” behuizing? NEE!
De behuizing is identiek. Je kan een spoel van een 1000D op de body van een 2000S-XH plaatsen (en visa versa).
De beugels zijn identiek. Er is voldoende ruimte om het verschil van de hoogte van de spoelen (2mm) op te vangen.

Zijn de tandwielen gelijk? NEE!
En hier zit dan ook het grootste verschil. Het kroontandwiel van de 2000S-XH is groter (29mm) t.o.v. dat van de 1000D (28mm). Wielrenners kennen het verschil in tandwielen heel goed. De 2000S-XH “start” iets zwaarder, maar zwaarder is een relatief begrip in deze klasse. Op de kleinere tandwielen zie je dat de ingenieurs andere markeringen hebben aangebracht: V1-1 voor de 1000D en V2-2 voor de 2000S-XH, je kan er dus vanuit gaan dat deze niet hetzelfde zijn. Ook op de behuizing hebben de ingenieurs (of de hulpjes ervan) markeringen aangebracht: 1 en een streepje voor de 1000D. 2 en een bolletje voor de 2000S-XH. Deze markeringen zijn belangrijk bij de assemblage. Ook het tandwiel van de 2000S-XH heeft een andere stempel. Of dit nu heeft of louter voor herkenning is, weet ik niet echt.

Als je beter kijkt merk je ook op dat er geen plastic/nylon/teflon tandwielen in de molens zitten. Dat is uitzonderlijk voor een molen van deze prijs en hij doet het hiermee heel wat beter dan andere molens van andere merken. Een van de enige plastic/nylon/teflon onderdelen die je in het spoelmechanisme van deze molen terugvindt is een shim (rondel) onder de kogellager die de spoel ondersteund. Dit vind je bij andere merken trouwens ook terug.

Zijn er nog gelijkenissen? JA
De dragknopjes zijn bij alle series dezelfde. Je kan zonder probleem de dragknop van je Ballistic LT op je Fuego LT, Caldia LT, Freams LT, … zetten. Maar waarom zou je zoiets doen, je ziet toch geen verschil.

Conclusie:
Zijn er verschillen? JA!
Zijn de cijfertjes belangrijk? Niet voor mij, ik vind het handiger om gewoon het verschil te testen en als jij dat ook wil doen, moet je maar eens contact opnemen. En als je na afloop twijfelt tussen de ene of de andere LT, koop je ze toch gewoon alle twee. 🙂

Kosten ze hetzelfde? Nee…
Bij Flandersfisher kost de 1000D 84 euro/stuk en de 2000S-XH 85 euro/stuk.
’t Ja, er moest wat verschil zijn.

UL-Kickback Rig

In dit artikel slaat UL vooral op Ultra Lazy of Uitzonderlijk Lui, maar later meer daarover…

https://www.doctor-catch.com/sites/default/files/styles/article_images_viewport_size/public/article-image/2018-12-12/articleimage_bild/kick-back-rig.jpg?itok=282xkWGX

De Kickback Rig is oud nieuws, of oud en vergeten en terug in…
In mijn zoektocht naar het ontstaan van deze rig vind ik bronnen gaande van 1983 over 1996, 2002, 2012, 2015, 2016 en 2018 (oudere bronnen zijn altijd welkom).
Vooral in 2012, 2015 en 2018 kent de Kickback Rig een opflakkering op verschillende fora. Tijdens mijn zoektocht vond ik ook afleidingen zoals de “split shot rig for stream” of “stream rig” in de zalm- en forelvisserij op snelstromend water.

Zelf gebruikte ik al eens een zelfverzonnen variant op de Kickback rig toen ik een artikel gelezen had over de Carolina rig. Je kent dat wel: Je leest een artikel en je wil onmiddellijk aan de slag met het materiaal dat je hebt (wat meestal niet het juiste materiaal is). Mijn variant was een dropshotloodje op de braid dat werd tegengehouden door de verbindingsknoop met een korte FC-voorslag met daaraan een kleine haak en een (kunst)aasje. Veel succes kende ik er toen niet mee, tenzij je grondels meetelt (maar wie doet dat nu…?).

Het was pas in 2017 toen ik iemand er vol overgave (en met succes) mee aan de slag zag gaan dat ik het wel een tweede kans wou geven. Hij ving het ene baarsje na het andere, want vooral voor kleine baarsjes bleek dit een erg effectieve rig te zijn. Zelf was ik toen vooral voorstander om baarsjes te vangen met ultra lichte loodkopjes.

Tot hier de geschiedenis.

Had ik al eens vermeld dat ik eigenlijk een “Lazy Angler” ben?
Ik hou niet van ingewikkelde knopen, veel verschillende materialen en gepruts. Voor mij moet het eenvoudig, snel en flexibel zijn en daarom ging ik opzoek naar een “one system serves all” -oplossing. Ik gebruik het systeem voor zowel dropshot als kickback, afhankelijk van waar ik de knoop leg.

In het onderstaande voorbeeld ga ik voor L-UL (Light and Ultra Lazy) met SM (self-modified) mini aasjes.

Wat heb je nodig: voorgeknoopte haken, aasjes en dropshotlood. Thats it!!!

Ik heb een mapje met “hakenboekjes” in verschillende haakmaten, lijnlengtes en lijn diktes. In functie van het water en de beoogde roofvis kies ik een bepaalde voorgeknoopte haak.

1) Kies je target specimen (in dit geval mini-mini baarjes).

2) Kies de geschikte haakmaat (ik ga hier voor maatje 12).

3) Leg een knoop op de gewenste lengte (ik ga altijd twee keer met de lus door de knoop).

4) Maak de knoop nat (dit mag met je eigen speeksel, maar ook met dat van een ander of met gewoon water) en trek de knoop aan.

5) Bevestig je rig aan je hoofdlijn (lus door lus of met een fastsnap of speldje).

6) Hang een loodje aan de lus (je kan aan de knoop één van de twee uiteinden – die de lus vormen – doorknippen, beide doorknippen is niet goed…).

7) Modify je aasje (ik “pits” met mijn nagel de Daiwa Skinny Kick op de gewenste lengte).

Meestal gebruik ik Skinny Kicks die het beste van zichzelf gegeven hebben bij het vangen van grotere baarzen en waarvan de body al doorgescheurd is (yep, recycling is important).

8) Hang het aasje aan de haak.

Als je weet dat Relax Sperm Worms het goed doen, want verwacht je dan van het aangepaste Skinny Kickje? Juist: BINGO!

Veel succes!!!

Jagen op baars met hardbaits (deel II)

Enkel zachte eitjes vissen met zacht kunstaas en gaan echte mannen voor “the hard stuff”, beweerde ik in deel I. De meningen zijn erover verdeeld, maar “who cares”. Je moet gewoon vissen met wat je leuk vindt. Of je nu een softy of a hard-one bent.

De (water)temperaturen blijven stijgen en de meeste baarzen hebben al gepaaid. Ze vervelen zich dus een beetje en gaan op (vis)jacht. Herkenbaar voor iemand?: paaien, jagen, eten… Ik beperk me in deze blog bij jagen op vis én in deze blog specifiek tot jagen met hard kunstaas.

Als tweede kunstaasje in de reeks heb ik mijn pijlen gericht op de Prorex Micro Minnow 30F (of F-SR).

Bron: Daiwa-Cormoran.de

Wat zegt het verkooppraatje?:
Miniplug
Dit micro lokaas van 3 cm is perfect toepasbaar voor het hele scala van ultralichte vissen en is zeer succesvol voor forel, baars en kopvoorn. Door de constructie van de duiklip kan dit kunstaas zeer langzaam en zeer snel worden gepresenteerd en is het dus optimaal geschikt om te vissen in kleine rivieren.
De Micro-Minnow wordt geleverd met een extra enkele haak en kan dus gemakkelijk worden aangepast.
Type: Zwevend
Duikdiepte ca. 0,2 – 0,4 m

Op de verpakking lezen we nog: Length: 3cm (1.2″) – Weight: 1.5g – Floating – Silent – Diving Depth: 0,3-0,5m – Color: Setsuki Ayu (voor de ene en gewoon Ayu voor de andere). F = Floating (drijvend), SR = Surface Running (“loopt” aan de oppervlakte).
Heel belangrijk voor de kindjes: op de achterzijde staat: “This is not a toy”!
Dus niet geschikt voor kinderen, maar wel voor ons!

Even factchecken:
Lengte: bijna correct, ik meet 3,1 cm met mijn goedkope Chinese schuifmaat. Maar over 1mm extra ga ik niet klagen. Bij de beenhouder mag het ook altijd “ietsje meer” zijn.
De lengte gemeten vanaf de duiklip tot aan de stuit is trouwens 3,7 cm. Nog steeds klein genoeg om voor “mini” door te gaan.
Gewicht: 1,4g terwijl de website 1,5g aangeeft. Als ik de dreg vervang door de single hook (die meegeleverd wordt) kom ik op 1,32g. Nu ja, soms mag het bij de diëtist mag het op de weegschaal eens “ietsje minder” zijn. Hoe dan ook: dit is ultra-light kunstaas!!!
Voor de techneuten: het harde spul is ongeveer 1cm breed.
Er zit een single hook meegeleverd in de verpakking. Dit is een weerhaakloosmodel. Ik heb gekozen om een haak met weerhaak te gebruiken die ietsje groter is. Time will tell.

Conclusie: bij dit aasje namen de producenten het niet zo nauw met de beschrijving, want er zit wel wat speling op de maten en gewichten (of de ingenieur en de webdesigner begrijpen elkaar niet goed). Hopelijk spraken de ingenieurs wel beter af met de field-testers en doet het spul wat het moet doen: baars vangen.

Aan het water:
Opnieuw is Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten (AKA “Schoetenvoart”) het jachtgebied. Zoals jullie in deel I konden lezen kan dit dus ergens op de 63km van het kanaal zijn.
Om met dezelfde maten en gewichten te wegen, heb ik voor dezelfde ultra light hengel en een ultra lichte spinmolen gekozen als bij de vorige test: Team Daiwa UL Spin 2,10m, 1-5g met een Daiwa Ballistic LT 1000D-XH opgespoeld met Prorex UL finesse PE braid van 1,8 kg trekkracht. Deze setup weegt ongeveer 275g, wat niet veel is voor hengel, molen en draad.

Aangezien de “diving depth” beperkt is, moeten we geen diepe stukken opzoeken. Gelukkig zijn er op het traject van 63 km wel wat lage bruggen met eronder (links of rechts van de vaargeul) nog kleine strookjes die meestal vol met steenpuin liggen. Ideaal voor ondiep duikend kunstaas!

in memoriam: brug 10
bron: https://www.brecht.be/nieuws/werken-ophaalbrug-10-starten-op-27-augustus, geraadpleegd op 22.04.2019

Wat het werpen betreft, kunnen we hetzelfde vermelden als in de vorige blog. Als je met Ultra-light kunstaas moet werpen, maak je geen recordafstanden. Gelukkig hoeft dat niet. Korte worpjes of skippen zijn voldoende om de Prorex Micro Minnow 33F onder de brug te krijgen. En ja hoor, nog voor ik kan testen wat het “zwemeigenschappen” van het miniplugje zijn, hangt er al een baars aan. Dus moet ik wel opnieuw werpen, want we willen niet vangen, maar testen. Helaas, tweede worp weer prijs… bijna vervelend. Maar ik geef niet op. Na een tijdje stoppen de vangsten en kan ik het duik/zwemgedrag van de plug goed observeren. Diep gaat hij niet… Hoe sneller je inhaalt hoe dieper, maar een meter diepte haalt de plug niet. Maar dat hoeft ook niet als het lekker warm is, oppervlakte of shallow diving pluggen doen het dan uitstekend.

Terug naar de zwem- en duikeigenschappen: Hoewel er op de verpakking “Silent” staat (er zit geen balletje in), slaat het dregje links en rechts tegen de flanken als je het snel binnendraait. Het plugje trilt dus als een Duracelkonijn op 10 koppen Nespresso en maakt zo precies voldoende vibraties en geluid om onweerstaanbaar te zijn voor actieve baars.

Het duiken: ‘tja ondiep… maar dat is ook de bedoeling.
Het is ook een stevig aasje. Af en toe tegen de brug gooien laat wat krasjes na, maar – voorlopig – nog geen barsten of breuken.

Conclusie:
Onder het motto: “Je hoeft niet groot te zijn om groots te zijn” is dit aasje een must-have voor elke baarsvisser die eens iets anders wil dan shads (op dropshot of loodkop), en spinners of een alternatief zoekt voor een ander plugjes dan de “horenaars” van een “zalm-klinkend” merk (geen woord verkeerd over het andere merk en haar pluggen).
Gebruik ze in ondiep water of in water waar veel kruid staat en waar je net onder de oppervlakte wil vissen. Verwacht geen grote afstanden te gooien, als je wind tegen hebt zou het plugje wel eens achter jou durven landen. Het is een superleuke plug om kleinere baars te verschalken en dressuur van zacht kunstaas te doorbreken.

De Prorex Micro Minnow F-SR is bij Flandersfisher te verkrijgen aan 9 euro per stuk

Jagen op baars met hardbaits (deel I).

“Jagen op baars met zacht kunstaas is voor zachte eitjes, echte mannen gebruiken hard kunstaas!”

Met bovenstaande uitspraak zou ik heel wat commentaar op mijn bord kunnen krijgen, en terecht. Vissen met zacht kunstaas kan op veel verschillende manieren en levert meestal veel vis op. Maar omdat er zoveel met zacht kunstaas gevist wordt, kan hard kunstaas wel eens dressuur doorbreken en op deze manier voor verrassingen zorgen.

Het vissen met hard kunstaas op baars werkt naar mijn gevoel het beste wanneer het water warmer is. Door de verhoogde watertemperatuur versnelt het metabolisme van de baarzen waardoor ze meer moeten eten. Ze moeten meer en sneller op jacht en hierdoor neemt hun activiteit enorm toe. Ik merk soms dat baarzen zacht kunstaas tijdens dropshot gewoon laten voor wat het is. Wanneer je jouw aas binnenhaalt, schieten ze er plotseling op af. Tijd voor actie dus!!!

Als eerste hardbait ga ik voor de Daiwa Tournament KP Flat Crank 33F “matt ayu”

bron: Daiwa-Cormoran

Deze zwevende Mini Crank ontwikkelt zijn ongelooflijke actie, zelfs bij langzaam ophalen. Door de afgevlakte zijkanten wiebelt het en tuimelt door het water als een gewonde prooivis, zijdelings flankerend. De duiklip is gemaakt van een speciale schokbestendige composiet en is bestand tegen botsingen met stenen zonder te worden beschadigd.
Ideaal voor baars, forel en kopvoorn

bron: http://www.daiwa-cormoran.de

Tot zover de Engelse verkooppraat op de Duitse website van Daiwa door “Google translate” gehaald.

Even factchecken:
De plug weegt volgens mijn goedkope Chinese weegschaal 1,63g. Dat is 0,17g minder dan aangegeven op de website, maar dat kan ook zijn omdat ik de dregjes vervangen heb door single hooks. Ik gebruik liever geen dreggen, de vis krijgt van mij wat meer kans om te ontsnappen, het moet sportief blijven. Bovendien verkleint dit aanzienlijk de kans om ergens vast te blijven hangen.
Op mijn goedkope Chinese digitale schuifmaat (waarvan het digitale al een tijdje verleden tijd is), meet de plug 3,3 cm lang van aan het eerste bevestigingshaakje tot aan de stuit van de plug. Met de duiklip erbij kom ik aan 3,7cm. Ik veronderstel dat alles onder de 5 cm als mini beschouwd wordt. Voor de diehard techneuten heb ik ook de dikte van de plug opgemeten. Deze bedraagt 0,9cm

De Daiwa Tournament KP Flat Crank 33F is te verkrijgen in verschillende kleuren

bron: Daiwa-Cormoran

“33F”: 33 staat voor 33 mm (of 3,3cm). De “F” staat voor Floating of drijvend.

Aan het water:
Voor een ultra lichte mini plug heb je een ultra light hengel en een lichte spinmolen nodig. Ik heb voor volgende setup gekozen: Team Daiwa UL Spin 2,10m, 1-5g met een Daiwa Ballistic LT 1000D-XH opgespoeld met Prorex UL finesse PE braid van 1,8 kg trekkracht. Deze setup weegt ongeveer 275g, wat niet veel is voor hengel, molen en draad.

“Schotenvaart” is mijn dichtstbijzijnde baarsrijk water. Het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten in ongeveer 63 km lang en heet voor mij over bijna de hele lengte “Schotenvaart”. Voor de precieze locatie moeten je maar eens afspreken.

Werpen met een plug van 1,67g is niet altijd eenvoudig: 10m haal je gemakkelijk, 15 à 20m is al wat harder zwieren, 25m is een opdracht (tenzij je wind mee hebt). Maar gelukkig moeten we zover niet werpen, want we gaan onder een brug proberen een baarsje te vangen. En om onder een lage brug te geraken moet je ofwel net over het wateroppervlak gooien of “skippen“, en “skippen” lukt prima met deze miniplug.

Aan de eerste twee hoeken van de brug zijn er geen volgers en dat slaagt redelijk tegen voor een baarsrijk water. Ofwel is het nog net iets te koud, ofwel ben ik te laat (of te vroeg) op de dag (16u), ofwel zijn de baarzen met andere dingen bezig… Paaitijd…
Hoe dan ook: als er geen volgers zijn, dan weet je dat je moet verkassen.
Aan de andere kant van de de brug is het prijs bij de derde worp. De twee eerste worpen had ik zachtjes binnen gedraaid, de derde worp heb ik aan een stevige snelheid ingehaald en dat werkte, want soms heb je snelheid nodig om baars te triggeren. De miniplug geeft een mooie actie zowel traag als snel (het was geen onzinnige verkooppraat). Tijdens het indraaien wobbelt de plug mooi op zijn linke- en rechterzijde en ook in korte rukjes binnenhalen (zoals je met een jerbait zou doen) geeft een mooi effect. En ook wat ze zeiden over de duiklip is correct. Hoewel de duiklip erg breekbaar lijkt, heb ik ze toch één keer met volle kracht tegen de betonnen pijlers van de brug geparkeerd, zonder schade aan pijler of plug.

De vierde hoek aan de brug uitproberen had geen zin. De plaatselijke kajakclub had blijkbaar geen zin in een vettige Paasbrunch of chocolade eitjes, want ze passeerden in colonne onder de brug. Enfin, geen probleem, want ik moest zelf wel nog naar een Paasfeestje.

Om af te ronden:
Prima miniplug voor baars. Redelijke diepgang: ongeveer 60cm afhankelijk van de inhaalsnelheid en de hoogte van je hengeltop. Inwerpen en skippen gaat prima, maar als er een stevig bries is, kan je beter op een zwaardere plug of een andere techniek overschakelen. Ik overweeg ook om de plug eens uit te testen met lood aan de voorslag om ze nog net wat dieper te krijgen. De huidige single hooks zal ik nog vervangen door één maatje (of twee) kleiner.

Kostprijs bij Flandersfisher: 14 euro (zonder verzending). Single hooks zijn niet meegeleverd in de verpakking.

Daiwa en Prorex in Vlaanderen

Hoewel het merk – en zijn uitstekende reputatie – goed gekend is, is het moeilijk om in de meeste hengelsportzaken een representatief aanbod terug te vinden. In elke zaak vind je wel enkele molens of reels terug, maar meestal slechts één of twee types van een bepaald model (bv. Ballistic LT, Fuego LT, BG Magsealed, …). Verschillende types vergelijken van verschillende modellen (bv. drie verschillende modellen van een 1000 of 2500 reeks) is bijna helemaal onmogelijk.

@Daiwa Agency Harzé

Als je hengels wil vergelijken is het mogelijks nog moeilijker. Toen Daiwa zijn roofvisgamma heeft uitgebreid met Prorex is het aanbod in hengelsportzaken niet gevolgd. Meestal kan je deze fantastische hengels enkel op bestelling verkrijgen, zonder ze ooit te hebben aangeraakt. Nochtans is het aanbod heel erg uitgebreid en is er een ruime keuze van aantrekkelijke instap-modellen tot high-end top-materialen.

@Daiwa Agency Harzé

Met “Flandersfisher” probeer ik hiervoor een oplossing te bieden, zodat elke geïnteresseerde (roof)visser verschillende hengels en molens is een gevarieerde combinatie kan ervaren voor hij/zij een hengel, molen of combo aanschaft.

Naast hengels, reels en molens hebben Daiwa en Prorex ook een zeer kwaliteitsvol en uitgebreid assortiment aan kunstaas van klein plugjes tot grote jerkbaits.

@Daiwa Agency Harzé

En ook wat betreft zacht kunstaas is er een ruime keuze.

Begin dit jaar brachten zowel de merken Daiwa als Prorex ook nieuwe braids op de markt. Voor Daiwa vinden we de nieuwe J-Braid X8 Grand en voor Prorex is er een gloednieuwe Prorex UL Finesse Braid.

@Daiwa Agency Harzé

Zoals je merkt heeft Daiwa – Prorex heel wat te bieden voor de gepassioneerde roofvisser. Ik doe mijn uiterste best om jullie zoveel mogelijk te laten ontdekken!